Al jaren loop ik er tegenaan; de enorme kosten die het gebruik van een fragment van een commerciële omroep/producent met zich meebrengt. Als (beeld)redacteur voor de VARA-quiz 2 Voor 12 is het onder andere mijn taak om twintig van de twee keer twaalf vragen per aflevering van passend beeldmateriaal te voorzien. De andere vier vragen zijn de welbekende animaties van studenten van de HKU en een woordpuzzel: de paardensprong.

Voor die 20 vragen heb ik een budget dat sowieso nooit hoog genoeg is om alles te doen dat ik zou willen, maar dat terzijde. Ik heb een bepaald budget, en daar moet ik het in principe mee doen.
Als medewerker van een publieke omroep heb ik godzijdank toegang tot de archieven van Beeld & Geluid en is er een vaste, niet onredelijke, onderlinge licentieprijs afgesproken voor het gebruik van materiaal van andere publieke omroepen. Niettemin komt het regelmatig, en eigenlijk steeds vaker, voor dat materiaal dat ik nodig heb niet voorhanden is bij B&G. Voor een vraag over een film bijvoorbeeld, of over een exotische plant waar de vaderlandse televisie nooit eerder aandacht aan heeft besteed. In het eerste geval biedt een filmmaatschappij over het algemeen uitkomst, in het tweede is YouTube met enige regelmaat een optie. Neem contact op met de maker, vraag of je het mag gebruiken en het zal je verbazen hoe vaak iemand uit Japan, Australië of Amerika je vriendelijk antwoordt dat dat allemaal prima is. Daarnaast zijn er zijn gevallen dat ik een en ander zelf kan oplossen door zelf een camera ter hand te nemen of mij creatief uit te leven met een programma als After Effects.

Maar hoe moet dat nu als je een vraag over een presentator van RTL4 of SBS6 moet voorzien van beelden? Of een vraag over een serie van een commerciële omroep? Dan loop je ineens tegen een behoorlijke kostenpost aan en blijft er voor je budget voor de overige 19 vragen ineens een stuk minder over. Of je moet het doen met een paar foto’s.

Andersom geldt overigens precies hetzelfde; als een beeldredacteur van een RTL- of SBS-programma of van een producent als Talpa beelden nodig heeft van de NPO, gelden vergelijkbaar hoge tarieven, zoals ik niet al te lang geleden merkte toen ik als freelancer aan de slag was bij een commerciële partij. Het gevolg is dat makers aan beide zijden vaker iets niet dan wel doen, en als ze het al wel doen, dan worden er hoge bedragen heen en weer geschoven.

Nu ken ik het argument wel dat materiaal van de publieke omroep is gemaakt met publieke middelen, en dat het niet mag worden gebruikt met een commercieel oogmerk, maar als er maar genoeg voor wordt betaald, kan het blijkbaar ineens wel.

Ik ben niet bijzonder juridisch of omroepwettelijk geschoold; ik ben immers slechts een eenvoudige redacteur. Maar het moet toch mogelijk zijn om de zaken anders op te tuigen?
Laat ik daarom bij deze pleiten voor een convenant tussen de publieken enerzijds en de commerciële omroepen/producenten anderzijds. Als we nou gewoon eens afspreken dat we als conculega’s onderling een vast, redelijk tarief afspreken voor het gebruik van elkaars materiaal. Dan kunnen de makers vaker materiaal gebruiken dat ze graag willen gebruiken, in plaats van zich in allerlei bochten te wringen om maar iets te laten zien.

Met wat goede wil en even goede juristen moet zoiets best kunnen. Volgens mij wordt televisie daar alleen maar leuker van en dat is winst voor de kijkers van alle gezindten.

Related Posts

Leave a Comment